Get Adobe Flash player

Mijn opa

Twee of drie maanden later, precies weet ik het niet meer, zat ik eenzaam op de top van de hoogste berg van de stad. Het was twee uur in de middag, de zon was op haar hoogst en het zand brandde onder mijn voeten. Ik genoot van de natuur en de stilte. Eindelijk had ik rust! Ik kon mezelf weer zijn.

Ik was net een week terug in mijn geboorteplaats. Drie jaar lang was ik er niet meer geweest, maar het was of de tijd al die jaren stil had gestaan. Er was niet veel veranderd, nagenoeg alles was hetzelfde gebleven. Er waren wel wat gebouwen bijgekomen, maar de natuur was niet aangetast. De mensen bleven dezelfde. De eerste week droegen ze je op handen en voeten, omdat ze je gemist hadden. Ik was natuurlijk ook blij om ze te zien, ik had ze echt gemist. Ik heb een grote familie, dus de eerste week had ik het alleen al druk met het kennismaken. Na een week was ik echt wel toe aan rust. Dan ging ik naar mijn lievelingsplek en dat was de berg achter mijn opa’s huis.

Het was en is de mooiste plek van de stad. Het was de top, je kon zo over de hele stad kijken. Ik was daar thuis, op mijn gemak. Er was niets dat mij stoorde. Voordat ik naar Nederland vertrok kwam ik hier altijd als ik verdrietig was. Ik weet nog dat ik op mijn zevende met mijn neefjes en nichtjes buiten speelde op het veldje tegenover de berg, toen ik geroepen werd door mijn moeder. Ik ging naar haar toe. Ze vertelde me opgewonden dat mijn vader alle papieren in orde had en dat we binnen twee weken naar Nederland zouden vertrekken.  Ik wilde helemaal niet naar Nederland. Ik protesteerde hevig. Ik wilde hier blijven, bij mijn neefjes, nichtjes, vriendjes, mijn ooms, tantes, opa’s en nog belangrijker bij mijn oma’s. Vooral mijn oma, de moeder van mijn vader. Ze was mijn tweede moeder. Een leven zonder haar was voor mij ondenkbaar.

Elke dag, tot de dag dat ik vertrok, ging ik naar de top van de berg om uit te huilen. Uiteindelijk moest ik mee naar Nederland. Mijn beide oma’s zou ik nog een keer terug zien en daarna nooit meer. Mijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn, dacht ik, maar ik was nog jong en het leven ging door, ook zonder mijn oma’s. De berg was van mij geworden. Hier dacht ik na over het verleden, het heden en de toekomst. Plotseling werd de stilte onderbroken. Ik hoorde achter mij iemand mijn naam roepen. Ik draaide mij om. Een oude man klauterde de berg op, het was mijn opa, de vader van mijn vader. Hij ging naast me zitten en gaf me een aai over mijn bol. “Wat doe jij hier alleen, in de brandende zon?”, vroeg hij. “Niets opa”, antwoordde ik.

Mijn opa was al vijfentachtig jaar, maar hij zag er dertig jaar jonger uit. Hij was lichamelijk en geestelijk sterk. Mijn opa was een strenge man die niets deed dan klagen en zeggen dat vroeger alles beter was! Ik hield van hem al liet ik dat nooit blijken, ik kon ook nooit met hem praten. Waarom niet? Dat wist ik eigenlijk niet. Misschien had ik te veel angst voor hem. Ik durfde hem ook niet in zijn ogen te kijken. Hij kon zo bot kijken, dat je er koude rillingen van kreeg. Maar die middag op de berg werd alles anders.

Mijn opa leek mijn opa niet meer te zijn. Hij was zo anders. Hij was open en vertelde over vroeger. Hij vertelde over de oorlog tegen de Spaanse en Franse bezetters. Door die oorlog was hij veel vrienden kwijt geraakt. Tijdens die oorlog ontmoette hij ook de vrouw van zijn dromen vertelde hij me. Hij zat bij het verzet in 1929, hij was toen nog maar achttien jaar oud.  Hij haatte de Fransen en de Spanjaarden zoals Nederlanders Duitsers haten. “Ze hebben ons kapot gemaakt, mijn zoon”, sprak hij woedend.

Normaal schrok ik als hij zo praatte, maar op dat moment deed ik dat niet. Ik voelde met hem mee. Van binnen werd ik ook woedend en haatte plotseling de Fransen en Spanjaarden. Hij vertelde me over zijn grote voorbeeld Mohammed Abdelkrim el Khattabi. De man die een klein legertje vormde van moedige mannen zonder oorlogservaring. In 1923 versloegen ze de Spanjaarden bij Dhar Obaran. Het was niet zo maar een Spaans leger. Voor die tijd was het Spaanse leger behoorlijk professioneel. Ze kwamen met oorlogsschepen, vliegtuigen en tanks. Mohammed Abdelkrim had dat allemaal niet, maar hij beschikte wel over mannen die alles op zij zetten voor volk en vaderland. Helaas werd Mohammed Abdelkrim later opgepakt door de Fransen en verbannen. Mijn opa was trots op die man. Hij wilde hetzelfde bereiken als zijn grote idool; een vrij Marokko.

 

Een stukje uit mijn boek “Terug in de Tijd”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Like onze pagina
Geest en kennis van de schrijver blijven in zijn boeken bewaard, veilig voor de ongunst der tijden en in staat om steeds te herleven.